In de reeks Zakwoordenboeken van Vlaamse dialecten, een initiatief van de Antwerpse uitgeverij Artus, waarin reeds eerder een Antwerpse en een West-Vlaamse editie werd uitgegeven, verscheen eind oktober het Gents Zakwoordenboek met méér dan 5.000 woorden uit het dialect van de Artevelde- en Stroppenstad. Het lijvigste in de reeks was twee maanden na zijn publicatie reeds aan een tweede druk toe.
Artus gaf in 2010 de opdracht om het naslagwerk op te leveren aan auteur/journalist en Perfesser Gensch aan het Gents Stedelijk Onderwijs voor volwassenen Freek Neirynck, VJV-lid.
Neirynck kon daarvoor terugvallen op de duizenden notities van Gentse woorden en uitdrukkingen die hij optekende sinds zijn prille jeugd op de lagere school op de volkswijk ‘Breugse Puurte’, waar hij niet alleen de risee was omwille van zijn rooie haren maar ook wegens zijn ‘boerse’ moedertaal, het West-Vlaams van Ruiselede. Hij besloot zich te rehabiliteren en bestudeerde haast meticuleus de Gentse volkstaal van de arbeiderskinderen, zijn buren en de proletarische personages van het traditionele poppenspelleke (poesjenellentheater) in de wijk.
Op de middelbare school werd hij even gedwarsboomd door de toenmalige ABN-actie die niet zelden repressief het dialectgebruik bestreed en het Algemeen Nederlands propageerde ter vervanging van het streekidioom of het Frans, dat in zijn collegetijd nog door één leerling op vijf (van thuis uit) gesproken werd op de ‘speelkoer’. In de standaardtaal ontpopte Neirynck zich overigens als een gedreven en gevierd spreekbeurten gever en beloftevol acteur in het schooltheatergezelschap.
Tijdens zijn omzwervingen langs en verblijf in de paradijzen van het Gentse plebs, het Poatersol en de wijk rond de haven en de Muide ‘observeerde’ de latere Perfesser Gensch auditief verder de stilaan verdwijnende streektaal.
Met als leermeester niemand minder dan Minard coryfee Romain Deconinck schreef Freek Neirynck in 1976 voor Theater Taptoe, waarvan hij toen de artistieke directeur, huisauteur en –regisseur was, zijn eerste volkstoneelstuk in het Gents, “De Rooste Waascher”, dat een tiental jaren later ook als stripverhaal verscheen met tekeningen en de eigengereide schriftvorm van ondermeer Buth (Leo De Budt ofte Thomas Pips). Het stuk werd in die periode door de toenmalige BRT in prime time uitgezonden.
Voor ’t Spelleke van Drei Kluite, het politiek-satirisch (figuren)theatergezelschap rond Luk ‘Pierke Pierlala’ De Bruyker schreef hij van de jaren 90 van de vorige eeuw af bijna honderd nieuwe komische en maatschappijkritische Gentse volksliedjes waarvan er in 2010 een groot deel gebundeld werden in de ‘lietsjesgazette’ “50 Gensche lietsjes van Freek Neirynck”. Een tweede druk verscheen al een jaar later.
In diezelfde negentiger jaren schreef en realiseerde Neirynck radioprogramma’s in het Gentse dialect voor BRT-Oost-Vlaanderen: “In de sijssepanne” met Walter De Buck en Walter Ertvelt, “Pierke Pierlalas Radriokoenfeeranse’ met Luk De Bruyker, voor de jaarlijkse openingsprogramma’s van de Gentse Feesten “Gensche Fieste” verzamelde hij in Stdio 3 aan de Martelaarslaan vrijwel alle artiesten uit de Gentse volksmuziek en het idem ditotheater.
In het begin van deze eeuw publiceerde Neirynck jarenlang wekelijkse dialectgags in Het Laatste Nieuws (‘Freeks Weeksteek’) en ‘Pierke Pierlala’s Polleke’ in Passe Partout. De laatste jaren schrijft hij nog één à twee ‘koenfeeranses’ per jaar voor t Spelleke van Drei Kluite.
Sinds 2009 geeft hij ‘Gensche koozeriejen’ in het socio-cultureel verenigingsleven. De onmiskenbare impact van het Frans op het Gents (en omgekeerd?), de typische Gensche gastronomie met Waterzooi, toatsjespap, eutsepot, zeurkelplets… en de ‘uumoor’ in het Gentse volkslied zijn er de onderwerpen van.
Freek Neirynck is ondervoorzitter van de Gensche Sosseteit, (verieniging veur de instanteiweinge’ van de Gentse taal en het lokaal erfgoed. Mede daardoor vroeg hij aan de ‘preezedent’ van deze vereniging én zijn intieme vriend Eddy Levis om het voorwoord te leveren voor zijn boek. En die schreef: “Het resultaat van zijn interesse, kan men in dit geestig boekje lezen. ‘t Es veur te zegge damm’ ulder veel amuuzeleute weinsche en verstuikt ulder toenge nie!”